Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor het stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of ruiterpad op de Stalstraat te Goes op 23 maart 2022. Betrokkene voerde aan dat de straat een rijbaan was en dat zij haar auto met alarmlichten twintig minuten had geparkeerd op de veiligste plek voor laden en lossen. De officier van justitie verklaarde het eerste beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting op 5 augustus 2024 was betrokkene afwezig. De zittingsvertegenwoordiger gaf aan dat er geen foto’s of voldoende gegevens in het dossier waren om de gedraging vast te stellen. De verbalisant beschikte niet meer over de gevraagde foto’s. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging niet was komen vast te staan vanwege het ontbreken van bewijs.
Hierdoor werd de boete ten onrechte opgelegd. De kantonrechter verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de beschikking en de beslissing van de officier van justitie en beval terugbetaling van de betaalde zekerheidstelling van €109. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs.