Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- draagt de officier van justitie op aan betrokkene terug te betalen het bedrag van
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd voor het rijden met 7 kilometer per uur te hard binnen de bebouwde kom op de N290 Gentsevaart te Kapellebrug op 21 mei 2023 om 21:45 uur. Betrokkene stelde dat het voertuig ten tijde van de overtreding was verhuurd en dat de huurder verantwoordelijk is voor de gedraging.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond omdat betrokkene geen geldig huurcontract kon overleggen. De kantonrechter oordeelde dat op grond van artikel 5 Wahv Pro de boete aan de kentekenhouder wordt opgelegd tenzij deze kan aantonen dat het voertuig bedrijfsmatig was verhuurd met een schriftelijke huurovereenkomst van maximaal drie maanden.
Betrokkene heeft deze uitzondering onvoldoende onderbouwd door het ontbreken van een geldige huurovereenkomst. Hierdoor is niet komen vast te staan dat de boete onterecht is opgelegd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Tevens wordt een bedrag van €65,- terugbetaald dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van bewijs van verhuur.