ECLI:NL:RBZWB:2024:6756
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning te Breda ongegrond verklaard
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning te Breda, welke door de heffingsambtenaar is vastgesteld op €511.000 per 1 januari 2022. De aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2023 is op basis van deze waarde opgelegd. Belanghebbende stelde dat de waarde €450.000 zou moeten zijn, maar is niet verschenen bij de zitting.
De rechtbank heeft de waarde vastgesteld aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen in de nabijheid en met vergelijkbare kenmerken zijn gebruikt. De heffingsambtenaar heeft een taxatierapport overgelegd waarin de waarde is onderbouwd met een taxatiematrix en correcties voor verschillen zoals dakkapellen, aanbouwen, bouwjaar en isolatiekwaliteit.
De rechtbank oordeelt dat de gebruikte referentiewoningen voldoende vergelijkbaar zijn en dat de heffingsambtenaar voldoende inzicht heeft gegeven in de wijze waarop rekening is gehouden met verschillen tussen de woning en referentiewoningen. Gelet hierop is de WOZ-waarde niet te hoog vastgesteld en wordt het beroep ongegrond verklaard. De aanslag OZB blijft gehandhaafd en belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €511.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB blijft gehandhaafd.