ECLI:NL:RBZWB:2024:6754
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning ongegrond verklaard door rechtbank
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar is vastgesteld op €584.000 per 1 januari 2022. De rechtbank heeft het beroep behandeld waarbij belanghebbende niet is verschenen.
De rechtbank heeft de waarde vastgesteld aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen met vergelijkbare kenmerken en ligging zijn gebruikt. De heffingsambtenaar heeft een taxatierapport overgelegd met een getaxeerde waarde van €647.000, waaruit de vastgestelde WOZ-waarde is afgeleid.
Belanghebbende voerde aan dat onvoldoende rekening was gehouden met onderhoudsgebreken zoals lekkage en een versleten dakgoot, en met de nabijheid van een drukke weg. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende voldoende gelegenheid heeft gehad deze stellingen te onderbouwen, maar hiervan geen gebruik heeft gemaakt. De heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de woning niet aan een drukke weg ligt.
De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met verschillen tussen de woning en referentiewoningen en dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de aanslag onroerendezaakbelasting gehandhaafd blijft.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van €584.000 blijft gehandhaafd.