ECLI:NL:RBZWB:2024:6753
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning afgewezen door rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die de heffingsambtenaar had vastgesteld op €502.000 per 1 januari 2022. Tevens werd de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2023 opgelegd op basis van deze waarde. De rechtbank heeft het beroep van belanghebbende behandeld, waarbij deze niet is verschenen.
De rechtbank heeft de waarde vastgesteld aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen in de nabijheid en met vergelijkbare kenmerken werden gebruikt. De heffingsambtenaar heeft een taxatiematrix overgelegd waarin neerwaartse correcties zijn toegepast voor onder andere onderhoudstoestand, wat leidde tot een waardevermindering van bijna €96.000.
Belanghebbende stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met de slechte onderhoudstoestand, maar de rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende inzichtelijk had gemaakt hoe de verschillen waren verwerkt. De waarde is daardoor niet te hoog vastgesteld. Het beroep is ongegrond verklaard, waardoor de WOZ-waarde en OZB aanslag gehandhaafd blijven en belanghebbende geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €502.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB blijft gehandhaafd.