Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- cliënt, bijgestaan door haar advocaat;
2.Het verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[cliënt], geboren op [geboortedag] 1940 te [geboorteplaats];
4 maart 2025.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) om een rechterlijke machtiging te verlenen voor opname en verblijf van een cliënt met een psychogeriatrische aandoening, namelijk een mengbeeld van alzheimer- en vasculaire dementie. De cliënt vertoont ernstige symptomen zoals geheugenverlies, desoriëntatie en agressief gedrag, en is niet meer in staat adequaat voor zichzelf te zorgen.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf de cliënt aan niet opgenomen te willen worden en verliet zij de zitting voortijdig. De specialist ouderengeneeskunde en basisarts bevestigden dat opname noodzakelijk is omdat de cliënt onveilig gedrag vertoont en de thuissituatie onhoudbaar is geworden, mede door de overbelasting van de echtgenoot.
De rechtbank concludeerde dat opname en verblijf in een verpleeginstelling de enige passende maatregel is om ernstig lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang te voorkomen. Er zijn geen minder ingrijpende alternatieven meer mogelijk. De machtiging wordt daarom voor de gevraagde duur van zes maanden verleend.
Uitkomst: De rechtbank verleent de rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstige dementie en onhoudbare thuissituatie.