ECLI:NL:RBZWB:2024:6668
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over intrekking WIA-uitkering wegens medische beoordeling en motiveringsgebrek
Eiser is sinds 31 juli 2019 arbeidsongeschikt na een bedrijfsongeval en ontving een WIA-uitkering. Het UWV heeft deze uitkering met ingang van 17 januari 2024 ingetrokken op grond van een medische beoordeling die uitkwam op minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Eiser maakte bezwaar en stelde dat hij recht had op een hoorzitting, die het UWV niet heeft gehouden.
De rechtbank stelt vast dat het UWV in strijd met artikel 7:2 Awb Pro eiser niet heeft gehoord, maar dit gebrek wordt gepasseerd omdat eiser alsnog gelegenheid heeft gehad zijn standpunt toe te lichten. De medische beoordeling is gebaseerd op rapporten van een primaire arts en een verzekeringsarts b&b, waarbij beperkingen aan de rechterhand zijn geschrapt vanwege het ontbreken van objectieve medische onderbouwing.
Eiser betwist de juistheid van de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 4 januari 2023, met name omdat beperkingen die verband houden met zijn linkerschouder niet meer zijn opgenomen, terwijl deze klachten nog bestaan. De rechtbank constateert een motiveringsgebrek omdat het UWV onvoldoende heeft toegelicht waarom deze beperkingen uit de eerdere FML zijn vervallen.
De rechtbank geeft het UWV de gelegenheid dit gebrek binnen acht weken te herstellen en wijst verdere beslissing aan tot de einduitspraak. Het besluit wordt vernietigd voor zover het ziet op de medische beoordeling. Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WIA-uitkering wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek en het UWV krijgt gelegenheid dit te herstellen.