ECLI:NL:RBZWB:2024:6641
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroepen niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij navorderingsaanslagen inkomstenbelasting
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2005 tot en met 2009. De inspecteur stelde dat het bezwaarschrift was ingetrokken vanwege het ontbreken van fiscaal belang. De rechtbank kwalificeerde deze brief als een schriftelijke weigering een besluit te nemen en behandelde de beroepen.
De rechtbank oordeelde dat de beroepschriften te laat waren ingediend, aangezien de termijn van zes weken na dagtekening 14 september 2021 eindigde, terwijl de beroepen pas op 13 december 2023 op de post werden gedaan. Belanghebbende voerde aan pas op 11 december 2023 met de gemachtigde kennis te hebben genomen van de brief van 3 augustus 2021 en betwistte dat de inspecteur de brief niet rechtstreeks aan haar had gestuurd.
De rechtbank verwierp dit verweer omdat de gemachtigde de brief had ontvangen en de inspecteur niet verplicht was de brief ook aan belanghebbende te sturen. Het niet tijdig indienen van het beroepschrift was niet verontschuldigbaar. De beroepen werden daarom niet-ontvankelijk verklaard en de intrekking van het bezwaarschrift bleef in stand.
Uitkomst: De beroepen zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening van het beroepschrift.