Op 28 januari 2024 werd slachtoffer samen met medeverdachten gegijzeld nadat hij was klemgereden en tegen zijn wil in een auto werd meegenomen naar een woning waar hij urenlang werd vastgehouden. De gijzeling had als doel het afdwingen van een geldbedrag van circa €38.000,- vanwege misgelopen criminele verdiensten.
De rechtbank baseerde haar oordeel vooral op de gedetailleerde en betrouwbare verklaring van het slachtoffer, ondersteund door diverse bewijsmiddelen zoals telefoongesprekken, vondsten in de woning en aanhoudingen. Verdachte speelde een belangrijke rol als bestuurder van de auto en bood zijn woning aan als locatie van de gijzeling.
De verdediging betoogde dat er geen sprake was van vrijheidsberoving en dat de verklaring van het slachtoffer onbetrouwbaar was, maar dit werd door de rechtbank verworpen. Wel werd verdachte vrijgesproken van het deel van de tenlastelegging dat mishandeling betreft, omdat dit niet wettig en overtuigend was bewezen.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 18 maanden met aftrek van het voorarrest, aanzienlijk lager dan de eis van 48 maanden. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering wegens onvoldoende onderbouwing en de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden voortgezet.