Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 12 augustus 2024 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene. De crisismaatregel was op 7 augustus 2024 door de burgemeester van Bergen op Zoom opgelegd vanwege onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de veiligheid.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf betrokkene aan dat het beter met hem gaat, dat hij bereid is mee te werken aan ambulante behandeling en geen drugs meer wil gebruiken. De behandelaar erkende verbetering maar achtte opname nog noodzakelijk om terugval in drugsgebruik te voorkomen en ambulante zorg te organiseren. De advocaat van betrokkene stelde dat minder ingrijpende ambulante zorg mogelijk is en dat opname niet meer nodig is.
De rechtbank overwoog dat hoewel betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, het ernstig nadeel dat de crisismaatregel rechtvaardigde niet langer aanwezig is. Betrokkene toont ziekte-inzicht en is coöperatief. De voortzetting van de crisismaatregel is niet meer proportioneel. Daarom wees de rechtbank het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel af.
Tegen deze beschikking staat cassatie open. De beschikking is mondeling gegeven door rechter Janssen en schriftelijk uitgewerkt op 20 augustus 2024.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel is afgewezen omdat het ernstig nadeel niet langer voortduurt.