Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- de waarnemend advocaat van betrokkene [naam 1];
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 12 augustus 2024 uitspraak gedaan in een rekestprocedure over de voortzetting van de inbewaringstelling van een cliënt met een verstandelijke beperking en psychische stoornis. Het verzoek tot machtiging was ingediend door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) na een last tot inbewaringstelling door de burgemeester van Tilburg.
Tijdens de mondelinge behandeling bleek dat de cliënt zich niet wilde laten horen en zich verzet tegen de opname. Diverse deskundigen, waaronder een psychiater en mentor, werden gehoord. De cliënt vertoonde ernstig zorgmijdend gedrag, was verwaarloosd en had suïcidale uitingen. Er was sprake van een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en ernstige psychische schade.
De rechtbank oordeelde dat voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk en proportioneel is, omdat minder ingrijpende alternatieven ontbreken en de cliënt weigert hulp en medicatie. De machtiging wordt verleend voor zes weken, met ingang van 12 augustus 2024 tot en met 23 september 2024. De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk uitgewerkt op 20 augustus 2024.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken wegens ernstig dreigend nadeel door verstandelijke beperking en psychische stoornis.