Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats];
26 september 2024;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 5 september 2024 uitspraak gedaan over het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene. Betrokkene was niet bereid zich te laten horen en verliet zonder toestemming de locatie van de mondelinge behandeling. De rechtbank besloot de behandeling voort te zetten zonder betrokkene.
De advocaat van betrokkene voerde aan dat betrokkene geen psychische stoornis heeft en dat de crisissituatie voorbij is. De arts stelde echter dat betrokkene lijdt aan schizofreniespectrum- en gedragsstoornissen, met paranoïde wanen en onvoorspelbaar gedrag, wat leidt tot ernstig nadeel zoals bedreigingen, agressie en gevaarlijke situaties.
De rechtbank stelde vast dat er een ernstig vermoeden bestaat van een psychische stoornis en onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, dat niet kan worden afgewacht. Verplichte zorgvormen zoals medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperking, insluiting en toezicht zijn noodzakelijk en proportioneel. Minder bezwarende alternatieven ontbreken en betrokkene toont zorgmijdend gedrag.
De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel wordt verleend tot en met 26 september 2024, met de genoemde zorgvormen, en het meer of anders verzochte wordt afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorg tot en met 26 september 2024.