ECLI:NL:RBZWB:2024:6444
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en proceskostenvergoeding na bezwaar
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €417.000 per 1 januari 2022. Tevens werd bezwaar gemaakt tegen het niet verstrekken van bepaalde gegevens waarop de waardebepaling was gebaseerd, in strijd met artikel 40, tweede lid, van de Wet WOZ.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende gegevens had verstrekt, waaronder taxatierapporten en vergelijkingsobjecten, en dat eventuele ontbrekende gegevens in de beroepsfase waren aangevuld. Hierdoor was geen sprake van benadeling van belanghebbende en werd een proceskostenvergoeding afgewezen.
Ten aanzien van de WOZ-waarde concludeerde de rechtbank dat de gebruikte vergelijkingsmethode met referentiewoningen binnen een jaar van de waardepeildatum passend was. De heffingsambtenaar had voldoende rekening gehouden met verschillen tussen de woningen, zoals perceelgrootte en bijgebouwen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, waardoor de vastgestelde WOZ-waarde en de daarop gebaseerde aanslagen gehandhaafd blijven. Belanghebbende kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en proceskostenvergoeding wordt afgewezen.