ECLI:NL:RBZWB:2024:6440
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en proceskostenvergoeding na bezwaar
Belanghebbende is eigenaar van een twee-onder-een-kapwoning en betwist de vastgestelde WOZ-waarde van €374.000 per 1 januari 2022. Hij voert aan dat niet alle gebruikte gegevens, waaronder onderdelen van de woning en vergelijkingsobjecten, zijn verstrekt zoals vereist onder artikel 40, tweede lid, Wet WOZ.
De heffingsambtenaar stelt dat alle relevante gegevens tijdig zijn verstrekt en dat eventuele ontbrekende gegevens later in de beroepsfase zijn aangeleverd, waardoor geen sprake is van benadeling. De rechtbank oordeelt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, mede omdat de gebruikte vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar zijn en de heffingsambtenaar inzichtelijk heeft gemaakt hoe met verschillen is omgegaan.
De rechtbank concludeert dat, ook als artikel 40 Wet Pro WOZ zou zijn geschonden, belanghebbende daardoor niet is benadeeld en daarom geen proceskostenvergoeding toekomt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde en aanslagen blijven gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde blijft gehandhaafd zonder proceskostenvergoeding.