ECLI:NL:RBZWB:2024:6420
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen aanslag inkomstenbelasting en belastingrente 2017
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premievolksverzekeringen (IB/PVV) over het jaar 2017, waarbij de inspecteur het belastbaar inkomen uit werk en woning had vastgesteld op € 61.734. Belanghebbende had zelf een lagere aangifte gedaan, maar de inspecteur baseerde de aanslag op looninformatie verstrekt door de werkgever, wat leidde tot een hogere aanslag en belastingrente.
De rechtbank heeft het beroep behandeld op zitting, waarbij belanghebbende niet is verschenen ondanks tijdige en correcte uitnodiging. De rechtbank heeft beoordeeld of de aanslag en belastingrente te hoog waren vastgesteld en concludeert dat de inspecteur terecht is uitgegaan van de door de werkgever verstrekte gegevens. Belanghebbende heeft onvoldoende onderbouwing geleverd om de juistheid van deze gegevens te betwisten.
Het verzoek tot vermindering van box 3-heffing wordt niet in behandeling genomen omdat deze niet in de aanslag is opgenomen. Ook tegen de belastingrente zijn geen zelfstandige gronden aangevoerd.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, vermindert de aanslag en belastingrente niet, en wijst een proceskostenvergoeding af. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag en belastingrente 2017 wordt ongegrond verklaard.