Uitspraak
1.Het procesverloop
2.De feiten
- [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 2020.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Partijen, de man en de vrouw, hebben een affectieve relatie gehad waaruit twee minderjarige kinderen zijn geboren. De man heeft de kinderen erkend en de vrouw oefent het eenhoofdig ouderlijk gezag uit. De kinderen verblijven bij de vrouw.
De man heeft de rechtbank geïnformeerd dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de wijziging van het gezag, de zorg- en opvoedingstaken en de financiële bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding. Het gezamenlijk gezag is reeds geregistreerd op 17 juni 2024. Het verzoek is gewijzigd en aangevuld om het gewijzigde ouderschapsplan van 28 augustus 2024 als onderdeel van de beschikking vast te leggen en om een maandelijkse bijdrage van € 88,15 per kind vanaf 1 maart 2024 te bepalen.
De vrouw verzet zich niet tegen het gewijzigde verzoek. De rechtbank oordeelt dat het belang van de minderjarigen niet wordt geschaad en wijst het verzoek toe. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard zodat deze direct kan worden uitgevoerd, ook bij eventueel hoger beroep.
De rechtbank bepaalt dat het ouderschapsplan deel uitmaakt van de beschikking, stelt de alimentatiebedragen vast en wijst het meer of anders verzochte af. De beschikking is op 17 september 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Verzoek tot gezamenlijk ouderlijk gezag en kinderalimentatie wordt toegewezen met uitvoerbaarheid bij voorraad.