ECLI:NL:RBZWB:2024:630

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 januari 2024
Publicatiedatum
5 februari 2024
Zaaknummer
RK 23-022378
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 SvArt. 9a Sr
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning vergoeding voor kosten rechtsbijstand na sepot strafzaak

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 22 januari 2024 het verzoek van de verdachte om vergoeding van kosten rechtsbijstand op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering. De zaak was geseponeerd zonder oplegging van straf of maatregel. De verdachte was niet aanwezig bij de raadkamerzitting, maar zijn raadsman lichtte het verzoek nader toe. De officier van justitie stemde in met volledige toewijzing van het verzoek.

De rechtbank overwoog dat zij bevoegd was het verzoek te behandelen omdat de zaak feitelijk bij de rechtbank was vervolgd. Op grond van artikel 530 Sv Pro kan een verdachte die niet wordt veroordeeld een vergoeding krijgen voor geleden schade. De rechtbank achtte de onderbouwing van de kosten rechtsbijstand en de bijkomende kosten van het verzoek voldoende en billijk.

Daarom werd het verzoek tot vergoeding van in totaal € 2.542,19 toegewezen. Dit bedrag zal worden overgemaakt op de derdengeldenrekening van de advocaat. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open voor zowel de officier van justitie als de verdachte binnen de wettelijke termijnen.

Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand wordt volledig toegewezen voor een bedrag van € 2.542,19.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
parketnummer : 02-168363-23
raadkamernummer : 23-022378
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedag] 1979 te [plaats] ,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. A.H.J. Bals, advocaat te Kloetinge (Noordeinde 16, 4481 BJ Kloetinge),
hierna te noemen: de verzoeker.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
  • het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro ten laste van de Staat voor een bedrag van € 1.862,19, zijnde de kosten voor rechtsbijstand, te vermeerderen met € 680,00 zijnde de kosten met betrekking tot het opstellen, indienen en het behandelen van het verzoekschrift in raadkamer;
  • het sepot d.d. 11 juli 2023;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie.
Op 8 januari 2024 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie, mr. R.S. Jacobs en de gemachtigd raadsman mr. A.H.J. Bals advocaat te Kloetinge gehoord.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen doch niet bij de behandeling in raadkamer verschenen.
Namens verzoeker heeft de raadsman het verzoek in raadkamer nader toegelicht.
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het verzoek na de gegeven toelichting van de raadsman geheel kan worden toegewezen.

2.De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of laatstelijk werd vervolgd.
Ingevolge artikel 530 Sv Pro kan aan een verdachte die niet wordt veroordeeld of wiens zaak wordt geseponeerd een vergoeding worden toegekend van de schade die hij of zij heeft geleden.
Ingevolge artikel 534, eerste en vierde lid, Sv vindt toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
De rechtbank is van oordeel dat de raadsman in raadkamer het verzoek om schadevergoeding genoegzaam heeft toegelicht en derhalve aannemelijk heeft gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat er gronden van billijkheid aanwezig zijn om het verzoek tot schadevergoeding toe te kennen.
Het verzochte bedrag aan rechtsbijstand ter grootte van
€ 1.862,19is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van
€ 680,00toegekend.

3.De beslissing

De rechtbank wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van € 2.542,19.
De rechtbank bepaalt dat een bedrag van € 2.542,19 zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] , ten name van Stichting Beheer Derdengelden Advocaat Bals, onder vermelding van “ [kenmerk] ”.
Deze beslissing is op 22 januari 2024 gegeven door mr. J.P.M. Hopmans, rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 januari 2024.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de officier van justitie binnen veertien dagen daarna en voor de gewezen verdachte of zijn erfgenamen binnen een maand na de betekening hoger beroep open bij het gerechtshof.