ECLI:NL:RBZWB:2024:6131

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
27 augustus 2024
Publicatiedatum
2 september 2024
Zaaknummer
23/2966
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:1 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen herroeping last onder bestuursdwang wegens tijdelijke grafbedekking niet-ontvankelijk

Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen om een last onder bestuursdwang op te leggen en uit te voeren voor het verwijderen van een tijdelijke grafbedekking op het graf van haar overleden zoon. Het college heeft deze last onder bestuursdwang herroepen en erkend dat het oorspronkelijke besluit onrechtmatig was.

De rechtbank heeft ambtshalve onderzocht of eiseres nog procesbelang heeft bij haar beroep. Procesbelang betekent dat het doel van het beroep nog kan worden bereikt en dat het belang actueel en reëel is. Omdat het college het besluit heeft herroepen, kan eiseres feitelijk niets meer bereiken met haar beroep.

Hoewel eiseres onvrede uitte over de wijze waarop het college tot het besluit is gekomen en haar bejegening, acht de rechtbank dit geen reden om het beroep alsnog ontvankelijk te verklaren. De rechtbank kan niet oordelen op basis van louter principiële gronden. Eiseres wordt verwezen naar de ombudsman of het indienen van een klacht bij het college.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is op 27 augustus 2024 mondeling gedaan en direct gepubliceerd.

Uitkomst: Het beroep van eiseres is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na herroeping van het handhavingsbesluit.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/2966 GEMWT
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 augustus 2024 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlissingen, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het besluit van het college om een opgelegde en uitgevoerde last onder bestuursdwang tot verwijdering van een tijdelijke grafbedekking op het graf van haar overleden zoon [zoon eiseres] , [vak] , [nummer] , aan de [begraafplaats] te [plaats] , te herroepen.
1.1.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 27 augustus 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en mr. T.F. Lina en [naam] namens het college.
1.3.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. In het bestreden besluit van 7 april 2023 heeft het college de onrechtmatigheid van het besluit om een last onder bestuursdwang op te leggen, erkend en de last herroepen.
2.1.
Voordat de rechtbank kan toekomen aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep, moet eerst ambtshalve worden beoordeeld of eiseres nog procesbelang heeft. [1]
2.2.
Procesbelang is het belang dat een eiser heeft bij de uitkomst van een procedure. Daarbij gaat het erom of het doel dat de eiser voor ogen staat, met het rechtsmiddel kan worden bereikt en voor de eiser van feitelijke betekenis is. Het moet daarbij gaan om een actueel en reëel belang bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Als dat belang is vervallen, is de bestuursrechter niet geroepen uitspraak te doen uitsluitend vanwege de principiële betekenis daarvan. [2]
2.2.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres geen belang bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep. Het handhavingsbesluit van 5 oktober 2022 is immers herroepen. Het college heeft daarbij de onrechtmatigheid van het handhavingsbesluit erkend. Eiseres kan met het instellen van beroep feitelijk niets meer bereiken.
2.3.
Dat zij niet kan berusten in de manier hoe het college tot het besluit is gekomen en hoe zij door het college bejegend is, is voor de rechtbank geen reden om het procesbelang alsnog aan te nemen. De rechtbank kan namelijk geen uitspraak doen op grond van uitsluitend principiële redenen. Desgewenst kan eiseres bij de ombudsman haar beklag doen of bij het college een klacht indienen.
2.4.
Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig, rechter, in aanwezigheid van mr. V. Hooghiemstra, griffier, en uitgesproken in het openbaar op 27 augustus 2024. Het proces-verbaal van deze mondelinge uitspraak wordt geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is gedaan.

Voetnoten

1.Zie artikel 8:1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
2.Zie bijvoorbeeld ABRvS, 17 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1610.