ECLI:NL:RBZWB:2024:6107
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid specifieke zorgkosten in inkomstenbelasting 2018 en 2019
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over de jaren 2018 en 2019, met name over de aftrekbaarheid van specifieke zorgkosten. Voor 2018 werd geen aftrekbaar bedrag aan specifieke zorgkosten opgegeven, terwijl voor 2019 een bedrag van € 286 aan dieetkosten werd opgevoerd. De inspecteur heeft het bezwaar afgewezen en de rechtbank heeft het beroep op 25 juni 2024 behandeld.
De rechtbank heeft beoordeeld of belanghebbende recht heeft op aftrek van de door hem opgevoerde specifieke zorgkosten, waaronder kosten voor hulpmiddelen, extra wassen, aanvullende ziektekostenverzekering, en vervoerskosten. De rechtbank oordeelt dat de kokend waterkraan en extra waskosten niet aftrekbaar zijn omdat zij niet voldoen aan de wettelijke criteria. De premies voor aanvullende ziektekostenverzekeringen zijn eveneens niet aftrekbaar. Wel is een bedrag voor vervoerskosten naar het medisch centrum in aftrek genomen.
Voor 2018 leidt dit tot een aftrekbaar bedrag van nihil na toepassing van de drempel. Voor 2019 is het aftrekbare bedrag vastgesteld op € 1.112, rekening houdend met dieetkosten en vervoerskosten minus de drempel. Daarnaast is een interne compensatie toegepast vanwege ten onrechte toegekende studiekostenaftrek, waardoor het beroep voor 2019 ongegrond is. De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond, handhaaft de aanslagen en wijst het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: De beroepen van belanghebbende tegen de aanslagen inkomstenbelasting 2018 en 2019 worden ongegrond verklaard en de aanslagen blijven ongewijzigd.