ECLI:NL:RBZWB:2024:6085
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag accijns terecht opgelegd wegens voorhanden hebben onveraccijnsde sigaretten in gehuurde loods
Belanghebbende was directeur/grootaandeelhouder van een BV die een loods huurde waarin op 25 juni 2021 door Douane ambtenaren 3.210.000 onveraccijnsde sigaretten werden aangetroffen. De loods was niet vergunninghoudend voor accijnsgoederen en de sigaretten waren niet voorzien van accijnszegels.
De inspecteur legde een naheffingsaanslag accijns op aan belanghebbende van €780.832 en een belastingrentebeschikking van €24.379. Belanghebbende voerde aan niet te weten van de sigaretten en niet betrokken te zijn bij de handel, en betwistte de naheffingsaanslag aan zijn persoon. De rechtbank overwoog dat de accijns geheven wordt van degene die de accijnsgoederen voorhanden heeft of opslaat, en dat belanghebbende als houder van een sleutel en regelmatige bezoeker van de loods feitelijk over de sigaretten kon beschikken.
De rechtbank oordeelde dat deze feitelijke beschikkingsmacht voldoende is om hem als belastingplichtige aan te merken, ongeacht zijn kennis of betrokkenheid. Tevens staat het de inspecteur vrij te kiezen aan wie de naheffingsaanslag wordt opgelegd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag en belastingrente blijven in stand. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de naheffingsaanslag accijns terecht aan belanghebbende is opgelegd.