Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- het tussenvonnis van 12 juli 2023,
- de conclusie van antwoord in reconventie, tevens akte vermeerdering van eis in conventie van de zijde van Stichting GGZ in Balans,
- de antwoordakte van de zijde van Licht In Zicht BV,
- de akte wijziging van eis in reconventie van de zijde van Licht In Zicht BV,
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 8 november 2023, met spreekaantekeningen van beide partijen,
- de conclusie na mondelinge behandeling in conventie en reconventie van de zijde van Stichting GGZ in Balans, met producties 20 tot en met 28,
- de conclusie na mondelinge behandeling in conventie en in reconventie na mondelinge behandeling van de zijde van Licht In Zicht BV, tevens houdende eiswijziging in reconventie, met producties 20 tot en met 22,
- de antwoordakte in reactie op de eiswijziging reconventie van de zijde van Stichting GGZ in Balans.
2.De feiten
tussen partijen een geschil is ontstaan nadat de Stichting op basis van de jaarcijfers 2019 stelde een vordering van € 200.000,- te hebben op LIZ en op grond daarvan de aan LIZ toekomende gelden niet betaalde, onder andere over de vergoeding van de bestuurder en de raad van toezicht van de Stichting, de schulden die nog moeten worden voldaan door de Stichting, het delen van de Stichting in (een gedeelte van) de opbrengst uit de verkoop van aandelen van LIZ aan derden en de nog door LIZ op de AGB-code van de Stichting te declareren DBC’s en dan met name omtrent de vraag of LIZ gehouden is tot betaling van de schulden van de Stichting, de vergoeding van de bestuurder en de raad van toezicht, alsmede het delen van (een gedeelte van) de opbrengst uit de verkoop van aandelen aan derden”.
3.Het geschil
in conventie
4.De beoordeling
in conventie en in reconventie
het in aftrek te brengen bedrag ad € 27.439,48 wordt als reeds aan de stichting voldaan geacht door verrekening met het aan LIZ toekomende saldo op de bankrekening van de Stichting”.
“dat de Stichting op 10 februari jl. een aan LIZ toekomend banksaldo had van € 116.000,-“.Overeengekomen wordt dat dit saldo wordt overgemaakt aan Licht In Zicht BV en partijen verlenen elkaar in artikel 7 finale kwijting, met dien verstande dat in artikel 5 een afspraak wordt gemaakt over toekomstige doorbetalingen. Voor zover het banksaldo van € 116.000,- tot stand is gekomen na andere verrekeningen dan het in artikel 1 lid 2 genoemde bedrag, doorkruist ook dit de door Licht In Zicht BV gekozen onderbouwing van haar eerste vordering.
doene we”. Uit deze mail kan niet anders dan worden geconcludeerd dat Stichting GGZ in Balans op de hoogte was van althans deze aanvraag door Licht In Zicht BV van de CB-bijdrage via Stichting GGZ in Balans en daarmee instemde. Licht In Zicht BV voert ook onweersproken aan dat dit logisch was omdat de CB-bijdrage werd bepaald aan de hand van de omzet over 2019, welke omzet op de AGB-code van Stichting GGZ in Balans stond. Dit geldt voor alle aanvragen. Indien Stichting GGZ in Balans niet wenste dat voor deze aanvragen haar AGB-code werd gebruikt of onvoldoende op de hoogte was van de regeling, namelijk dat gewerkt werd met voorschotten die wellicht op een later moment terugbetaald dienen te worden, had van haar veerwacht kunnen worden dat zij anders reageerde op de mail van Licht In Zicht BV. De rechtbank concludeert dat Licht In Zicht BV er van mocht uitgaan dat het aanvragen door haar van CB-bijdragen met gebruikmaking van de AGB-code van Stichting GGZ in Balans de instemming van Stichting GGZ in Balans had en dat op dezelfde wijze zou worden gehandeld als bij het indienen van facturen voor dbc’s, namelijk dat de door Stichting GGZ in Balans te ontvangen bedragen aan Licht In Zicht BV werden doorbetaald, zoals ook gedeeltelijk is gedaan. Deze overeengekomen werkwijze brengt met zich mee dat Stichting GGZ in Balans gehouden is door haar ontvangen voorschotten van zorgverleners te betalen aan Licht In Zicht BV. Dit uiteraard onder gehoudenheid van Licht In Zicht BV om indien de verplichting blijkt te bestaan om betaalde voorschotten terug te betalen, zulks te doen, al of niet door middel van verrekening.
5.De beslissing
bewijsstukkenwil overleggen, die stukken direct in het geding moet brengen,
getuigenwil laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden januari tot en met maart 2025 direct moeten opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,
alle partijenuiterlijk tien dagen voor het eerste getuigenverhoor
alle beschikbare bewijsstukkenaan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,