Op 20 december 2022 werd in een garagebox te Breda 5.050 gram MDMA en 7.100 gram ketamine aangetroffen. De garagebox was sinds 29 mei 2022 verhuurd aan een persoon die zich als verdachte voordeed. De rechtbank concludeerde op basis van onder meer handtekeningvergelijking en chatberichten dat verdachte de huurder was en wist van de aanwezige middelen.
Verdachte ontkende kennis van de drugs, maar zijn verklaring werd niet aannemelijk geacht. De rechtbank verklaarde bewezen dat verdachte opzettelijk de genoemde hoeveelheden MDMA en ketamine in voorraad had zonder de vereiste registratie.
De rechtbank oordeelde dat ketamine, hoewel een geneesmiddel, vanwege het recreatieve gebruik en de schadelijke maatschappelijke gevolgen als harddrug moet worden beschouwd. Gezien de ernst van de feiten en het ontbreken van verantwoordelijkheid bij verdachte, werd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden opgelegd.
Verdachte deed afstand van de in beslag genomen voorwerpen, zodat hierover geen beslissing werd genomen. De strafoplegging is gebaseerd op relevante artikelen uit het Wetboek van Strafrecht, de Opiumwet, de Geneesmiddelenwet en de Wet op de economische delicten.