Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om bepaalde kosten voor isolerende kozijnen niet te subsidiëren onder de woonhuisregeling voor rijksmonumenten.
De rechtbank overweegt dat de subsidieregeling strikt is en alleen kosten dekt die gericht zijn op instandhouding en behoud van monumentale waarden. Verduurzaming door middel van isolerende kozijnen wordt niet subsidiabel geacht omdat dit een wijziging van de monumentale waarde inhoudt en niet voldoet aan de criteria van soberheid, doelmatigheid en technische noodzaak.
Eisers voerden aan dat een evenredigheidstoets toegepast moet worden, vergelijkbaar met de Toeslagenaffaire, en stelden voor een deel van de kosten te subsidiëren. De rechtbank oordeelt echter dat de Leidraad een algemeen verbindend voorschrift is en dat de minister zorgvuldig en gemotiveerd heeft gehandeld. Verduurzaming kan via andere regelingen worden gefinancierd, zoals de ISDE-subsidie.
De rechtbank concludeert dat het niet subsidiëren van isolerende kozijnen niet onevenredig is en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.