ECLI:NL:RBZWB:2024:5867

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 augustus 2024
Publicatiedatum
23 augustus 2024
Zaaknummer
24/5718 en 24/5758 PW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:82 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens niet betaling griffierecht

Verzoekster heeft bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schouwen-Duiveland. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb besloten geen zitting te houden.

Verzoekster werd meerdere malen schriftelijk gewezen op haar verplichting tot betaling van griffierecht en kreeg de mogelijkheid om vrijstelling te verzoeken, welke werd afgewezen. Tevens werd haar een termijn gesteld om alsnog het griffierecht te voldoen.

Omdat verzoekster het griffierecht niet binnen de gestelde termijn heeft betaald, verklaart de voorzieningenrechter de verzoeken om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening worden niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummers: BRE 24/5718 PW en BRE 24/5758 PW

uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 augustus 2024 in de zaken tussen

[verzoekster 1], uit [plaats], verzoekster

(gemachtigde: mr. M. Kaplan),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schouwen-Duiveland(het college), verweerder.

Inleiding

In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op de verzoeken om een voorlopige voorziening van verzoekster inzake de besluiten van 4 juni 2024 en 24 juli 2024.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. In de Awb is de verplichting opgenomen tot betaling van griffierecht. Dit vloeit voort uit artikel 8:82 van Pro de Awb, in samenhang met artikel 8:41 van Pro de Awb.
4. Verzoekster is bij aangetekende brieven van 27 juli 2024 en 31 juli 2024 gewezen op de verplichting tot het betalen van griffierecht. Aan verzoekster is meegedeeld dat het griffierecht uiterlijk binnen twee weken moet worden betaald. Verzoekster heeft verzocht om vrijstelling van betaling van het griffierecht. Dit verzoek is afgewezen met de brief van 8 augustus 2024. Aan verzoekster is een termijn gegeven tot 17 augustus 2024 om alsnog het griffierecht te betalen. In die brief is zij er ook op gewezen dat bij niet tijdige betaling van het griffierecht de verzoeken niet-ontvankelijk zullen worden verklaard.
5. De voorzieningenrechter constateert dat het griffierecht in beide verzoeken niet binnen de gestelde termijn is ontvangen. De verzoeken zijn dan ook kennelijk niet-ontvankelijk.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart de verzoeken om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.M. Schotanus, rechter, in aanwezigheid van
mr. S. Constant, griffier, op 22 augustus 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.