Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 12 maart 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de pleitnota van en een ter zitting overgelegd e-mailbericht door [gedaagde] .
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een kort geding tussen verhuurder en huurder van een bedrijfsruimte met een huurachterstand van €121.894,82 over december 2023 tot en met mei 2024. De verhuurder vorderde ontruiming, betaling van huur, contractuele boete, meerkosten verzekeringspremie en kosten na brand.
De huurder erkende de huurachterstand maar stelde dat de borgsom verrekend moest worden en voerde verweer tegen de overige vorderingen. De rechtbank oordeelde dat de borgsom niet verrekend kan worden met de huurachterstand omdat deze als zekerheid dient en losstaat van de betalingsverplichting.
De contractuele boete en meerkosten verzekeringspremie werden afgewezen wegens onduidelijkheid en onvoldoende spoedeisend belang in kort geding. De ontruiming werd toegewezen met een termijn van één maand vanwege de huurachterstand en het feit dat de huurder de bedrijfsvoering wil verplaatsen.
De buitengerechtelijke incassokosten werden toegewezen en de huurder werd veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, incassokosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen één maand en betaling van de huurachterstand met incassokosten, terwijl overige vorderingen worden afgewezen.