Uitspraak
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eisers huren sinds september 2022 een woning van Alwel. Bij verstekvonnis van oktober 2023 is de huurovereenkomst ontbonden en is ontruiming bevolen wegens huurachterstand. Eisers waren in december 2023 op de hoogte van het vonnis, maar hebben geen verzet ingesteld. Na betekening van het vonnis in januari 2024 is ontruiming aangezegd voor eind februari 2024.
Eisers vorderen schorsing van de tenuitvoerlegging van de ontruiming en het annuleren van de huisuitzetting, stellende dat zij medische klachten (PTSS) heeft en een baby van drie maanden oud. Alwel voert aan dat eisers haar kansen in de bodemprocedure heeft laten liggen en betalingsverplichtingen niet is nagekomen.
De kantonrechter oordeelt dat geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en dat het verstekvonnis niet op een kennelijke juridische of feitelijke misslag berust. De medische omstandigheden en de aanwezigheid van minderjarige kinderen zijn onvoldoende om de ontruiming te schorsen. Ouders zijn verantwoordelijk voor het beperken van nadelige effecten voor hun kinderen. Er is geen misbruik van bevoegdheid door Alwel.
De vordering tot schorsing wordt afgewezen en eisers worden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten van €678. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en is gewezen door mr. Thielen op 15 maart 2024.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de ontruiming wordt afgewezen en eisers worden veroordeeld in de proceskosten.