Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is beboet voor het rijden met 5 km per uur te hard op een weg buiten de bebouwde kom op 7 juni 2023. Betrokkene stelde dat het voertuig op dat moment was verhuurd en dat de boete daarom aan de huurder moest worden opgelegd. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond.
Tijdens de zitting op 2 juli 2024 verscheen alleen de vertegenwoordiger van de officier van justitie; betrokkene was niet aanwezig. De kantonrechter oordeelde dat de overtreding vaststaat en dat betrokkene geen bewijs heeft geleverd van een geldige huurovereenkomst. Volgens artikel 5 en Pro 8 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften moet de boete aan de kentekenhouder worden opgelegd, tenzij deze kan aantonen dat het voertuig bedrijfsmatig is verhuurd.
Omdat betrokkene geen huurovereenkomst overlegde, kon niet worden vastgesteld dat een uitzondering van toepassing was. Ook was er geen reden om de boete te matigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak is in het openbaar gedaan. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en de boete blijft gehandhaafd.