Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd omdat het keuringsbewijs van zijn voertuig met een toegestane maximummassa van 3500 kg of minder was verlopen. De overtreding werd vastgesteld via een RDW-registercontrole op 15 september 2022.
Betrokkene voerde aan niet op de hoogte te zijn geweest van de keuringsplicht omdat het voertuig ongebruikt op de oprit stond en niet op de openbare weg. Tevens gaf hij aan dat hij door afwezigheid bij ontvangst van de RDW-herinnering de APK niet tijdig kon regelen, maar dat hij het voertuig met spoed alsnog heeft laten keuren en bewijs daarvan heeft overgelegd.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en dat de APK-keuring wettelijk verplicht is, ongeacht het gebruik of de locatie van het voertuig. Het niet op de hoogte zijn en het late keuren zijn voor eigen risico van de kentekenhouder. De boete is terecht opgelegd en het beroep wordt ongegrond verklaard. Ook het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens verlopen APK-keuringsbewijs wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.