ECLI:NL:RBZWB:2024:5652
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning te Drimmelen
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres te Drimmelen, welke door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €343.000 per 1 januari 2021. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarde in de uitspraak op bezwaar. De rechtbank behandelde het beroep op 10 juli 2024 en beoordeelde of de waarde te hoog was vastgesteld.
De waarde was gebaseerd op de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen rondom de waardepeildatum werden gebruikt. De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatierapport van 19 juni 2024, waarin drie referentiewoningen werden vergeleken met de woning. Belanghebbende voerde aan dat de ligging van de woning slechter is vanwege nabijheid van een onbemand tankstation met overlast, en dat een lagere correctiefactor voor ligging toegepast moest worden.
De rechtbank oordeelde dat de gebruikte referentiewoningen voldoende vergelijkbaar waren en dat de heffingsambtenaar voldoende rekening had gehouden met verschillen tussen de woningen. Zelfs bij aanname van het standpunt van belanghebbende zou de waarde niet onder de vastgestelde €343.000 uitkomen. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en blijven de WOZ-waarde en aanslag OZB gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van €343.000 blijft gehandhaafd.