Uitspraak
1.De procedure
- het extract audiëntieblad van de rolzitting van 15 mei 2024 met het antwoord van [gedaagde];
- de akte van Alektum;
- het extract audiëntieblad van de rolzitting van 10 juli 2024 met het antwoord van [gedaagde].
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Alektum vordert betaling van een factuur voor een airfryer die zij stelt te hebben geleverd aan de gedaagde. De gedaagde erkent een bestelling te hebben geplaatst, maar betwist de ontvangst ervan, mede vanwege een verhuizing in 2021. Alektum heeft de vordering overgenomen via cessie nadat de oorspronkelijke betalingstermijn was verstreken.
De kantonrechter toetst ambtshalve of aan de (pre)contractuele informatieplichten is voldaan en oordeelt dat dit het geval is, waardoor in beginsel een rechtsgeldige koopovereenkomst bestaat. De bewijslast voor ontvangst ligt echter bij Alektum, omdat volgens artikel 7:11 BW Pro het risico pas overgaat bij daadwerkelijke aflevering aan de consument.
Alektum heeft nagelaten te onderbouwen wanneer en hoe de aflevering heeft plaatsgevonden en heeft niet aangetoond dat de gedaagde de bestelling daadwerkelijk heeft ontvangen. Hierdoor kan de vordering niet worden toegewezen. Alektum wordt veroordeeld in de proceskosten, die nihil worden vastgesteld aan de zijde van de gedaagde.
Uitkomst: De vordering tot betaling wordt afgewezen omdat niet is bewezen dat de bestelling is ontvangen.