ECLI:NL:RBZWB:2024:553
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Beschikking
- Eijssen-Vruwink
- Rechtspraak.nl
Machtiging verwerpen nalatenschap namens minderjarige woonachtig in Nederland
Op 19 januari 2024 heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant een beschikking gegeven op het verzoek om machtiging tot verwerping van een nalatenschap namens een minderjarige die in Nederland woont. De nalatenschap betreft de vader van de minderjarige, die in België is overleden en daar zijn laatste woonplaats had.
De rechtbank oordeelde dat zij bevoegd is op grond van Brussel II-bis verordening, aangezien het verzoek verband houdt met de ouderlijke verantwoordelijkheid en de minderjarige in Nederland woont. Vervolgens werd vastgesteld dat het verzoek beoordeeld moet worden naar Belgisch recht, conform het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996.
De nalatenschap bleek deficitair te zijn, en de wettelijke vertegenwoordiger van de minderjarige vroeg machtiging om deze te verwerpen. De rechtbank verleende deze machtiging, waarbij werd benadrukt dat de verwerping nog moet worden ingeschreven in een openbaar register in België of in het boedelregister van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De Belgische autoriteiten dienen hiervan op de hoogte te worden gesteld volgens de Europese erfrechtverordening.
Uitkomst: De rechtbank verleent machtiging aan de wettelijke vertegenwoordiger om namens de minderjarige de nalatenschap te verwerpen.