Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De benadeelde partij
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het ten laste gelegde feit;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 24 juli 2024 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van openlijk geweld in vereniging gepleegd op 12 februari 2022 in de kantine van een voetbalclub. Verdachte ontkende de tenlastelegging en verscheen niet zelf op de zitting; zijn raadsman was wel aanwezig.
De officier van justitie vorderde vrijspraak, terwijl de verdediging stelde dat het bewijs onvoldoende was en dat de herkenning van verdachte onbetrouwbaar was. De verklaringen van aangevers en getuigen waren inconsistent, wisselend en vertoonden tegenstrijdigheden op essentiële punten. De wijze van herkenning in de bestuurskamer van de voetbalclub was oncontroleerbaar, waardoor niet met redelijke zekerheid kon worden vastgesteld dat verdachte een wezenlijke bijdrage had geleverd aan het geweld.
De rechtbank concludeerde dat het ten laste gelegde feit niet bewezen kon worden verklaard en sprak verdachte vrij. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot immateriële schadevergoeding van €200,00 en veroordeeld in de kosten van de verdediging. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden voortgezet.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij deel uitmaakte van de groep die openlijk geweld pleegde.