ECLI:NL:RBZWB:2024:5373
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde en aanslag OZB woning te Breda
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning te Breda, die op 1 januari 2022 werd vastgesteld op €673.000. Hij stelde dat de waarde maximaal €600.000 zou moeten zijn, mede op basis van de koopsom van €455.000 uit 2018 en de waardestijging sindsdien. De heffingsambtenaar verdedigde de waarde met een taxatiematrix gebaseerd op vergelijkingsobjecten.
De rechtbank oordeelde dat de koopsom van 2018 te ver verwijderd ligt van de waardepeildatum om als uitgangspunt te dienen. De vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen rondom de peildatum zijn gebruikt, is passend en zorgvuldig toegepast. De rechtbank vond de gebruikte referentiewoningen voldoende vergelijkbaar en de correcties voor verschillen en ligging adequaat.
Belanghebbende voerde aan dat de ligging aan een spoorlijn, nabij een zendmast en tuinbouwbedrijf, onvoldoende in de waardering was meegenomen. De rechtbank vond dat dit onvoldoende was onderbouwd met toetsbare feiten en dat de toegepaste correctie van 15% op de grondwaarde passend was.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en blijven de WOZ-waarde en de aanslag OZB ongewijzigd. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de waarde van €673.000 blijft gehandhaafd.