Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1978 in [geboorteplaats] ;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 19 januari 2024 een beschikking gegeven op het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel ingevolge artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die verblijft in een GGZ-accommodatie.
Tijdens de mondelinge behandeling werden betrokkene, haar advocaat, twee psychiaters, een afdelingsbegeleidster en een curator gehoord. Betrokkene gaf aan geen psychoses te hebben gehad en wilde graag naar huis of een andere afdeling. De psychiater en psychiater in opleiding stelden dat betrokkene een ontremd, mogelijk manisch gekleurd toestandsbeeld vertoont, met noodzaak voor 24-uurs begeleiding en medicatie die nog moet aanslaan.
De rechtbank oordeelde dat er een ernstig vermoeden bestaat van een psychische stoornis met onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder psychotische symptomen, decorumverlies en ontremming. De voorgestelde verplichte zorgmaatregelen, waaronder medicatie, bewegingsbeperking, insluiting en toezicht, zijn noodzakelijk, evenredig en effectief om het nadeel af te wenden. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven.
De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel wordt verleend tot en met 9 februari 2024, met de mogelijkheid om verplichte zorg toe te passen indien de situatie dat vereist. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 9 februari 2024 met toepassing van verplichte zorg indien noodzakelijk.