ECLI:NL:RBZWB:2024:5350

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
7 juni 2024
Publicatiedatum
1 augustus 2024
Zaaknummer
11024528 \ MB VERZ 24-403
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 3 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen verkeersboete wegens overtreding geslotenverklaring motorvoertuigen

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor het overtreden van een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen op de Houtmarkt te Breda op 25 februari 2023. Betrokkene voerde aan dat hij voor het eerst in Breda was en de boete niet redelijk was gezien de omstandigheden. Daarnaast stelde de gemachtigde dat de gemeente geen waarschuwingsbrieven had verstuurd in de waarschuwingsperiode, wat strijdig zou zijn met het beleidskader en artikel 3 lid 3 Wahv Pro.

De officier van justitie stelde dat ten tijde van de overtreding geen waarschuwingsperiode meer gold en dat betrokkene zelf verantwoordelijk was voor het naleven van de verkeersborden. De kantonrechter oordeelde dat uit de verklaring van de verbalisant voldoende blijkt dat de overtreding heeft plaatsgevonden en dat de aangevoerde argumenten onvoldoende zijn om de boete te vernietigen of te matigen.

Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. De uitspraak werd gedaan op 7 juni 2024 door kantonrechter W.H.C. van Eck en is niet vatbaar voor hoger beroep.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11024528 \ MB VERZ 24-403
CJIB-nummer : 5062 5422 5632 3055
uitspraakdatum : 7 juni 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Gemachtigde heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 7 juni 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze. Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven:
handelen in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen: bord C12 op de Houtmarkt (richting Karnemelkstraat) te Breda op 25 februari 2023 om 18:07 uur.
Gemachtigde heeft namens betrokkene in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt uit Delft te komen en voor de eerste keer in Breda was. Betrokkene parkeerde zijn auto achter de Houtmarkt. Bij het verlaten van de parkeerplaats is betrokkene met behulp van Google Maps weer terug richting Delft gereden. Gemachtigde stelt dat op grond van het Beleidskader er eerst een waarschuwingsperiode dient te volgen. Als in die periode een overtreding wordt begaan, dient er een waarschuwingsbrief naar de kentekenhouder te worden verzonden. De beginperiode dient in een algemeen proces-verbaal, voordat de digitale handhaving wordt gestart, te worden vastgesteld door de gemeente. Uit het dossier blijkt dat de gemeente nooit in de eerste periode is overgegaan tot het opsturen van waarschuwingsbrieven naar kentekenhouders. Hierdoor is er in strijd gehandeld met de beleidsregel in de zin van artikel 3 lid 3 Wahv Pro, waardoor de sanctie vernietigt dient te worden. Gemachtigde voert aan dat de officier van justitie een bewijslast heeft om aan te tonen dat de gedraging is verricht. Voorts verzoekt gemachtigde om een proceskostenvergoeding toe te wijzen op rekening van gemachtigde.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe aangevoerd dat er geen sprake meer was van een waarschuwingsperiode om het moment dat de gedraging is begaan. Daarbij is het betrokkene zijn eigen verantwoordelijkheid om oplettend te zijn en gehoor te geven aan de bebordingen.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

Beslissing

De kantonrechter;
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 7 juni 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: