ECLI:NL:RBZWB:2024:535
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Van Eck
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot voortzetting crisismaatregel Wvggz wegens intrekking
De officier van justitie verzocht op 17 januari 2024 om verlenging van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die verblijft in een zorginstelling. Bij het verzoek waren diverse medische en justitiële documenten gevoegd.
Op 19 januari 2024 informeerde een psychiater in opleiding het Openbaar Ministerie dat na overleg was besloten de mondelinge behandeling van het verzoek niet door te laten gaan, omdat het psychiatrisch toestandsbeeld van betrokkene niet langer een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel opleverde. De officier van justitie trok daarop het verzoek schriftelijk in.
De rechtbank oordeelde dat door deze intrekking het verzoek niet langer onderzocht en beoordeeld kon worden en verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk. De beschikking werd op 2 februari 2024 in het openbaar uitgesproken. Tegen deze beslissing staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wegens intrekking van het verzoek.