ECLI:NL:RBZWB:2024:5329

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
31 juli 2024
Publicatiedatum
1 augustus 2024
Zaaknummer
02-233817-24
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 65 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering gevangenhouding wegens onvoldoende concrete herhalingsgrond

Op 22 juli 2024 is tegen verdachte een bevel tot bewaring verleend. De officier van justitie vorderde vervolgens een gevangenhouding voor de duur van 90 dagen. De rechtbank heeft het strafdossier bestudeerd en partijen gehoord in de raadkamer.

De herhalingsgrond waarop de gevangenhouding is gebaseerd betreft de hoeveelheid drugs die bij verdachte zijn aangetroffen: 2 kg hennep, 1 kg amfetamine en 23,8 gram cocaïne. Verdachte wordt het voorhanden hebben van deze drugs ten laste gelegd. Echter, verdachte heeft geen strafblad en beschikt over voldoende legale inkomsten om in zijn levensonderhoud en dat van zijn gezin te voorzien.

De rechtbank oordeelt dat de herhalingsgrond niet concreet genoeg is om de gevorderde gevangenhouding te rechtvaardigen. Daarom wijst de rechtbank de vordering van de officier van justitie af en heft het bevel tot voorlopige hechtenis op.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot gevangenhouding af wegens onvoldoende concrete herhalingsgrond en heft het bevel tot voorlopige hechtenis op.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht Zittingsplaats Breda
parketnummer : 02-233817-24
beslissing afwijzing vordering gevangenhouding van de raadkamer d.d. 31 juli 2024 (artikel 65 Wetboek Pro van Strafvordering)
in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1991 te [geboorteplaats] ,
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[adres 1]
feitelijk verblijfsadres:
[adres 2] .
Raadsman mr. A.M.J. Joris.
Procedure
Tegen de verdachte is op 22 juli 2024 een bevel tot bewaring verleend.
De officier van justitie heeft de gevangenhouding van de verdachte gevorderd voor de duur van 90 dagen.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafdossier en heeft de officier van justitie, de verdachte en de raadsman gehoord.

Beoordeling

De grond die tot de bewaring heeft geleid van verdachte is de herhalingsgrond, onderbouwd met de hoeveelheid drugs die bij verdachte aangetroffen zijn, en de daarop gebaseerde lucratieve inkomsten voor de toekomst. De rechtbank stelt vast dat bij verdachte 2 kg hennep, 1 kg amfetamine en 23,8 gr cocaïne is aangetroffen. Hem wordt het voorhanden hebben van deze drugs ten laste gelegd. Verdachte heeft geen strafblad en voldoende legale inkomsten om in de levensbehoeften van zichzelf en zijn gezin te voorzien.
Op grond van deze feiten acht de rechtbank de genoemde herhalingsgrond niet concreet genoeg, zodat de vordering moet worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:
wijst de vordering van de officier van justitie af;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.
Deze beslissing is gegeven in raadkamer van deze rechtbank op 31 juli 2024 door:
mr. C.H.W.M. Sterk, voorzitter,
mr. C.H.M. Pastoors en mr. M. Herbschleb, rechters,
in tegenwoordigheid van J.P.E. Jacet, griffier.