ECLI:NL:RBZWB:2024:5329
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- C.H.W.M. Sterk
- C.H.M. Pastoors
- M. Herbschleb
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering gevangenhouding wegens onvoldoende concrete herhalingsgrond
Op 22 juli 2024 is tegen verdachte een bevel tot bewaring verleend. De officier van justitie vorderde vervolgens een gevangenhouding voor de duur van 90 dagen. De rechtbank heeft het strafdossier bestudeerd en partijen gehoord in de raadkamer.
De herhalingsgrond waarop de gevangenhouding is gebaseerd betreft de hoeveelheid drugs die bij verdachte zijn aangetroffen: 2 kg hennep, 1 kg amfetamine en 23,8 gram cocaïne. Verdachte wordt het voorhanden hebben van deze drugs ten laste gelegd. Echter, verdachte heeft geen strafblad en beschikt over voldoende legale inkomsten om in zijn levensonderhoud en dat van zijn gezin te voorzien.
De rechtbank oordeelt dat de herhalingsgrond niet concreet genoeg is om de gevorderde gevangenhouding te rechtvaardigen. Daarom wijst de rechtbank de vordering van de officier van justitie af en heft het bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot gevangenhouding af wegens onvoldoende concrete herhalingsgrond en heft het bevel tot voorlopige hechtenis op.