Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens rijden op een voetpad op 16 augustus 2021 in Tilburg. Tegen deze boete stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde vanwege termijnoverschrijding. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.
De kantonrechter behandelde de zaak op 25 juni 2024. De officier van justitie verzocht het beroep niet-ontvankelijk te verklaren omdat het te laat was ingediend. Betrokkene gaf aan dat privéomstandigheden hem verhinderden tijdig beroep in te stellen, maar onderbouwde dit niet verder en was niet aanwezig op de zitting.
De kantonrechter oordeelde dat de termijn van zes weken voor het instellen van beroep, zoals bepaald in artikel 6:7 Awb Pro, was overschreden. Omdat betrokkene geen bijzondere omstandigheden aannemelijk had gemaakt die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen, werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Hierdoor kwam de kantonrechter niet toe aan inhoudelijke beoordeling van de boete.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder geldige reden.