Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden op het trottoir op 3 januari 2022 te Tilburg. Hij stelde beroep in tegen de boete, maar dit werd door de officier van justitie ongegrond verklaard. Vervolgens richtte betrokkene zich tot de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat het beroep te laat was ingediend; de wettelijke termijn van zes weken was verstreken. Betrokkene stelde dat hij pas na het verstrijken van de termijn had vernomen dat boetes op die locatie vaak succesvol werden aangevochten, maar hij verscheen niet op de zitting om dit toe te lichten.
De rechter vond dat betrokkene onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het te late beroep niet aan hem kon worden toegerekend. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard, waardoor de inhoudelijke beoordeling van de boete achterwege bleef.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.