Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 24 juni 2024 waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
Toetsingskader
Proceskosten
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De huurder [rechthebbende] woont sinds november 2020 in een bovenwoning van Wonenbreburg. Vanaf maart 2023 zijn er klachten over overlast, waaronder schreeuwen in dronken toestand, afvaldumping, nachtlawaai en agressief gedrag richting onderburen, waarbij politie meerdere keren moest ingrijpen.
Wonenbreburg heeft de huurder meerdere keren aangesproken, gedragsaanwijzingen gegeven en gesommeerd te stoppen met overlast. Ondanks deze maatregelen bleef de overlast aanhouden. De huurder is opgenomen bij de High Intensive Care (HIC) en verblijft daar met een zorgmachtiging, maar er is onzekerheid over de duur van opname en terugkeer.
Wonenbreburg vordert ontruiming van de woning met onmiddellijke ingang. De huurder betwist het spoedeisend belang en stelt dat hij de woning als inschrijfadres nodig heeft. De kantonrechter oordeelt dat het spoedeisend belang voldoende is, de overlast aannemelijk is en dat de belangenafweging leidt tot toewijzing van de ontruimingsvordering.
De kantonrechter veroordeelt de bewindvoerder van de huurder tot ontruiming binnen zeven dagen en tot betaling van proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Bewindvoerder wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen zeven dagen en betaling van proceskosten.