Op 24 februari 2023 veroorzaakte verdachte een ontploffing met een stuk vuurwerk nabij de voordeur van de woning van zijn ex-partner, waarbij meerdere ramen en dakpannen werden vernield. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte dit opzettelijk heeft gedaan, mede gebaseerd op verklaringen van betrokkenen en chatberichten.
Verdachte had een motief vanwege de beëindiging van de relatie en beschikte over het genoemde vuurwerk. Er was sprake van gemeen gevaar voor goederen, maar niet van levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel. De verdediging betwistte de bewezenverklaring, maar de rechtbank verwierp dit.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het reclasseringsadvies. Gezien het feit dat verdachte zorg draagt voor zijn minderjarige zoon en geen recent soortgelijk strafbaar feit pleegde, werd een taakstraf van 240 uur opgelegd, samen met een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaar.
Daarnaast werden contact- en locatieverboden opgelegd als bijzondere voorwaarden van de voorwaardelijke straf. De rechtbank achtte een maatregel ex artikel 38v Sr niet noodzakelijk gezien het tijdsverloop en het ontbreken van nieuwe incidenten. Het beslag op een mobiele telefoon werd teruggegeven aan verdachte.
De voorlopige hechtenis werd opgeheven en de tijd in voorarrest werd in mindering gebracht op de taakstraf. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen.