ECLI:NL:RBZWB:2024:5178
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken bestreden besluit
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 25 juli 2024 uitspraak gedaan over een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening door verzoeker tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda.
De voorzieningenrechter stelt vast dat op grond van artikel 8:81 Awb Pro een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen indien sprake is van een bestreden besluit en een bezwaar daartegen, het zogenaamde connexiteitsvereiste. In dit geval heeft verzoeker in zijn verzoekschrift en bezwaarschrift geen besluit genoemd dat is genomen.
Telefonisch navraag bij de gemeente bevestigde dat er geen besluit is afgegeven met betrekking tot de inschrijving in de basisregistratie personen. Hierdoor is het verzoek niet connex aan een besluit en moet het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk worden verklaard.
De uitspraak is gedaan door rechter R.P. Broeders en griffier A.J.M. van Hees, waarbij de griffier niet in de gelegenheid was te ondertekenen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een bestreden besluit.