Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedag 2] 2009, die de leeftijd van twaalf
jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,
buiten echt,
ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] ,
te weten het meermalen, brengen van hun penissen in de mond van die [slachtoffer 1] en zich vervolgens te laten pijpen door die [slachtoffer 1] ;
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
- De redelijke termijn is overschreden;
- Verdachte is een first offender;
- Verdachte is blijkens de pro justitia rapportage verminderd toerekeningsvatbaar;
- Het gaat goed met verdachte. Hij is uit huis geplaatst bij [zorgorganisatie] , ondergaat daar een behandeling en heeft daar baat bij. Ook gaat hij weer naar school en kan hij zijn opleiding op korte termijn afronden;
- Indien er een onvoorwaardelijke detentie wordt opgelegd, zal dit betekenen dat verdachte overgeplaatst moet worden. Dit zal de goede ontwikkeling die verdachte heeft doorgemaakt en de behandeling die hij ondergaat, doorkruisen;
- Een onvoorwaardelijke detentie zal ook in strijd zijn met de bijzondere voorwaarde zoals geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming dat verdachte geen contact mag onderhouden met probleemjongeren.
29 november 2023, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor enig strafbaar feit.
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het in de zaak 02-070839-22 primair tenlastegelegde feit;
een werkstraf van 120 uren;
vervangende jeugddetentiezal worden toegepast van
60 dagen;
een jeugddetentie van 216 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaardendat verdachte: