ECLI:NL:RBZWB:2024:5065
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2020 na immigratie
Belanghebbende, die in september 2020 naar Nederland is geïmmigreerd, maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2020. Zij stelde dat zij recht had op een belastingvrije voet van € 8.200 en dat zij het volledige bedrag van de ingehouden loonheffing van € 1.228 terug diende te krijgen.
De inspecteur wees het bezwaar af omdat belanghebbende slechts vanaf 8 september 2020 binnenlands belastingplichtig was en daarom recht had op een tijdsevenredige heffingskorting. De rechtbank bevestigde dit standpunt en oordeelde dat de aanslag correct was vastgesteld op basis van het inkomen van € 7.287 en de heffingskorting van € 1.782, bestaande uit algemene heffingskorting en arbeidskorting.
De rechtbank benadrukte dat een belastingvrije voet niet bestaat en dat de heffingskorting naar rato van de periode van binnenlandse belastingplicht en premieplicht wordt toegekend. Gezien het feit dat belanghebbende gedurende 112 dagen in 2020 in Nederland woonde en werkte, was de toegepaste korting juist. Het beroep werd ongegrond verklaard en belanghebbende kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag IB/PVV 2020 wordt ongegrond verklaard en de aanslag wordt bevestigd.