De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) William Schrikker Stichting om de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige te verlengen tot het einde van de ondertoezichtstelling op 24 maart 2025. De minderjarige verblijft momenteel in een pleeggezin en de ouders zijn belast met het ouderlijk gezag. De GI stelt dat de moeder zich niet houdt aan de voorwaarden van het ouder-kind traject, onder meer door contact te hebben met de vader ondanks een contactverbod, waardoor de veiligheid van de minderjarige onvoldoende gewaarborgd is.
De moeder en vader betwisten enkele feiten, waaronder het contactverbod en de beëindiging van het ouder-kind traject door [begeleid wonen]. De moeder stelt dat het traject onterecht is stopgezet en dat het verslag van [begeleid wonen] onjuistheden bevat. De vader erkent het contactverbod en benadrukt het belang van contact over de minderjarige.
De kinderrechter oordeelt dat verlenging van de machtiging noodzakelijk is omdat terugplaatsing bij de ouders op dit moment niet mogelijk is. De kinderrechter wijst het verzoek toe voor een periode van drie maanden en houdt het resterende deel van het verzoek aan tot een volgende mondelinge behandeling. Tevens wordt de GI verzocht een update te geven over de stand van zaken en worden de ouders verzocht relevante stukken te delen.
De beschikking is mondeling gegeven op 19 juni 2024 en schriftelijk vastgesteld op 3 juli 2024. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.