ECLI:NL:RBZWB:2024:5059

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 juli 2024
Publicatiedatum
23 juli 2024
Zaaknummer
BRE 24/943
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a Awbartikel 1 Bpb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling minister na intrekking beroep wegens besluitvorming

Verzoekster had beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister op haar verzoek van 26 oktober 2023. Nadat de minister op 19 december 2023 alsnog een besluit nam, trok verzoekster haar beroep in en verzocht om proceskostenveroordeling van de minister.

De rechtbank heeft de minister in de gelegenheid gesteld te reageren, waarbij de minister aangaf bereid te zijn het griffierecht te vergoeden. De rechtbank beoordeelt het verzoek zonder zitting.

De rechtbank oordeelt dat hoewel de minister tegemoet is gekomen, er geen aanleiding is voor proceskostenveroordeling omdat verzoekster niet door een beroepsmatig rechtsbijstandverlener is bijgestaan en er geen overige proceskosten zijn gebleken die voor vergoeding in aanmerking komen. Verzoekster wordt verwezen naar de minister voor vergoeding van het griffierecht.

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af en maakt dit openbaar via geanonimiseerde publicatie.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen; vergoeding griffierecht dient verzoekster rechtstreeks bij de minister te vorderen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/943

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juli 2024 in de zaak tussen

[verzoekster], uit [plaats], verzoekster

en

de minister voor Natuur en Stikstof.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van de minister in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister op haar verzoek van 26 oktober 2023. Zij heeft het beroep ingetrokken omdat de minister op 19 december 2023 op dit verzoek had beslist.
1.1.
De rechtbank heeft de minister in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De minister heeft de rechtbank meegedeeld bereid te zijn het griffierecht te vergoeden.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is de minister aan verzoekster tegemoetgekomen?
4. De minister is weliswaar tegemoet gekomen aan het beroep van verzoekster, maar toch bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het beroepschrift is niet ingediend door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent en ook verder is niet gebleken van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen zoals bedoeld in artikel 1 van Pro het Bpb.
Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?
5. De rechtbank wijst erop dat de minister bereid is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 187,- te vergoeden. Verzoekster moet zich hiervoor tot de minister wenden.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van D. Alblas, griffier, op 23 juli 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).