De werknemer trad op 5 september 2022 in dienst bij de werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot 4 september 2023, welke stilzwijgend werd voortgezet. Op 28 september 2023 weigerde de werknemer een nieuwe arbeidsovereenkomst met een concurrentiebeding voor vijf jaar te ondertekenen en ging zij naar huis. Werkgever gaf daarop ontslag op staande voet wegens vermeend werkverzuim.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig was, omdat een dringende reden ontbrak. Het concurrentiebeding in de nieuwe overeenkomst was nietig wegens het ontbreken van een schriftelijke motivering en de werknemer mocht dit weigeren. Werkgever had de verhoudingen onnodig op de spits gedreven en onvoldoende geprobeerd een redelijk gesprek mogelijk te maken.
De arbeidsovereenkomst is onregelmatig opgezegd, waardoor werkgever een schadevergoeding moet betalen gelijk aan het loon tot het einde van de oorspronkelijke termijn, een transitievergoeding, een aanzegvergoeding en een eindafrekening. De billijke vergoeding wegens immateriële schade werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Werkgever is veroordeeld in de proceskosten en moet specificaties verstrekken van de vergoedingen.