Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
(restant machtiging tot uithuisplaatsing [minderjarige 1] )
(restant machtiging tot uithuisplaatsing [minderjarige 2] )
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 27 juni 2024 de verzoeken tot verlenging van de machtigingen tot uithuisplaatsing van twee minderjarigen, geboren in 2021 en 2022. De minderjarigen verblijven momenteel in aparte pleeggezinnen. De moeder heeft het ouderlijk gezag en de vader heeft erkenning van beide kinderen.
De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling (GI) stelden dat de ouders zijn teruggevallen in oude gedragspatronen, waaronder middelengebruik, grensoverschrijdend gedrag, mishandeling en huiselijk geweld. Dit heeft geleid tot onvoorspelbaarheid en onveiligheid, waardoor de minderjarigen niet de zorg en opvoeding krijgen waar zij recht op hebben. Zowel ouders erkennen de problemen en tonen bereidheid tot gedragsverandering.
De kinderrechter oordeelt dat de wettelijke criteria voor verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing zijn vervuld en verlengt deze tot 4 november 2024. De GI wordt opgedragen de regiefunctie te behouden en het perspectief te onderzoeken om de minderjarigen in hetzelfde pleeggezin te plaatsen. Contactmomenten met ouders worden onder voorwaarden voortgezet. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard vanwege de noodzaak voor de ontwikkeling van de minderjarigen.
Uitkomst: De machtigingen tot uithuisplaatsing van beide minderjarigen worden verlengd tot 4 november 2024 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.