Uitspraak
1.De procedure
- de akte van Thuisvester van 30 april 2024;
- de brief van Thuisvester van 11 juni 2024;
2.Het geschil en de beoordeling
3.De beslissing
- een bedrag van € 4.479,37 aan huur tot en met december 2023 (inclusief buitengerechtelijke incassokosten en verschenen rente), te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 3.914,55 vanaf 16 januari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
- een bedrag van € 597,23 (nog te verhogen met eventuele indexeringen) aan huur per maand vanaf 1 januari 2024 tot de datum van ontbinding van de huurovereenkomst;
- een bedrag van € 597,23 aan gebruiksvergoeding voor iedere maand of gedeelte daarvan dat [gedaagde] het gehuurde na de ontbinding van de huurovereenkomst in gebruik houdt;