Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
ernstigverwijtbaar handelen.
Kamerstukken II, 2013-2014, 33 818, nr. 3, p. 34). Daarvan is niet gebleken.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Werknemer was sinds 1 april 2023 in dienst bij Arriva als autobuschauffeur. Op 9 maart 2024 vond een vechtpartij plaats tussen werknemer en een collega, waarbij beiden fysiek geweld gebruikten. Arriva schortte beide werknemers op en startte een onderzoek.
Arriva verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen van werknemer, die volgens de werkgever de confrontatie had gezocht en fysiek geweld gebruikte. Werknemer stelde dat hij zich alleen verdedigend had gedragen nadat collega als eerste geweld gebruikte. De kantonrechter oordeelde dat werknemer een wezenlijk aandeel had in het ontstaan van de vechtpartij en verwijtbaar had gehandeld.
De arbeidsovereenkomst werd ontbonden per 17 juli 2024 zonder opzegtermijn en zonder transitievergoeding. Daarnaast werd werknemer veroordeeld in de proceskosten. In het tegenverzoek vorderde werknemer betaling van onregelmatigheidstoeslag, verschuivingstoeslag en GD-toeslag over april en mei 2024, vermeerderd met wettelijke rente en verhoging. Arriva had deze emolumenten niet tijdig betaald, maar beloofde dit alsnog. De kantonrechter veroordeelde Arriva conform deze toezegging tot betaling van de emolumenten met rente en verhoging, en in de proceskosten.
Uitkomst: Arbeidsovereenkomst ontbonden wegens ernstig verwijtbaar handelen zonder opzegtermijn en transitievergoeding; werkgever veroordeeld tot betaling van achterstallige emolumenten met rente en proceskosten.